Eppes
Eppe is volgens het Etymologisch woordenboek als woord afkomstig uit het middelnederduits (13e eeuw) en betekende ‘ selderie’ . Vergelijk het oudhoogduitse woord epfi van het Latijn apium, wat betekent ‘ van bij’ [dus door bijen graag bezochte plek].
In Nederland kennen we drie eppes: grote en kleine watereppe en melkeppe, alledrie schermbloemigen, maar toch wel verschillend. Hun wetenschappelijk naam luidt resp. sium latifolium, berula erecta en peucedanum palustre. De watereppes doen wat hun naam, zeker in het Engels ‘ parsnip’ nog wel aan peterselie denken.
Het onderscheid tussen de water en de melkeppe is duidelijk: de watereppes hebben bladeren (boven water) die enkelvoudig geveerd zijn, die van de melkeppe is dubbelgeveerd (meer als kant dus). Maar alledrie zijn ze kaal, witbloeiend en hebben ze een voorkeur voor natte milieus, de watereppes op voedselrijke bodems, de melkeppe liever in zurige veen.
| grote watereppe | kleine watereppe | melkeppe | |
| sium latifolium | berula erecta | peucedanum palustre | |
| levensduur | overblijvend | overblijvend | tweejarig |
| luchtblad | enkelvoudig geveerd | enkelvoudig geveerd | meervoudig geveerd |
| ondergedoken blad | meervoudig geveerd | meervoudig geveerd | nvt |
| eindelings blad | lang gesteeld | zittend/ 3-delig | langwerpig |
| stengel | kantig + gegroefd | rond + zigzag | kantig + paars + melksap |
| lengte | 0,60-1,20 | 0,30-0,60 | 0,60-1.50 |
| beharing | kaal | kaal | kaal |
| omwindsel | 2-6 | talrijk | 4-10, gevorkt, meerbladig |
| scherm | eindeling, 20-30 stralen | zijdelings, 10-120 stralen | eindelings, 20-40 stralen |
| schermstelen | langer dan schermstralen | even lang of korter dan schermstralen | niet vermeld |
| vrucht | 3-4 mm, geribd | 1,5-2 mm, ongeribd | 3-5 mm, afgeplat, gevleugeld |
Nagekomen kenmerk 20 augustus 2011:
De bovenste bladtop van de grote watereppe is afgerond.
De bovenste bladtop van de kleine watereppe heeft 3 tanden.
Voorjaar 2011
Zo, alweer een jaar voorbij. Een jaar waarin ik i.v.m. de ecologiecursus, waar ik aan deelnam, niet heb meegedaan aan het ‘hokken’. Wel prachtige planten gezien en me verdiept in de plantengemeenschappen.
Dit jaar met frisse moed weer aan de slag.
Afgelopen zaterdag hebben we een wandeling gelopen in Duin en Kruidberg.
Het is pas half februari, dus nog erg vroeg in het seizoen. Alleen de sneeuwklokjes bloeiden.
Maar je zag wel de blaadjes van de kamperfoelie al uitlopen, hier en daar piekte een varentje vanonder het bladerdek.
En we hebben de blaadjes van de look-zonder-look geroken, om duidelijk te kunnen vaststellen dat het een uiengeur en dus inderdaad look-zonder-look is.
Opvallend in Duin en Kruidberg waren de vele dode kardinaalsmutsen, aangevreten door de konik-paarden die daar rondlopen. Kardinaalsmuts, en in mindere mate vlier en rhodondendron moeten wel erg lekker zijn voor een paard in de winter.
Op 20 februari hebben we toch een bloeiend plantje gevonden langs de plas: vogelmuur.
op 1 maart zag ik (in Zeeland – Yerseke, dus een stuk zuidelijker) het eerste klein hoefblad bloeien.
Begin 2009
Jeetje en toen was het al weer 2009!
Ik lees net op de Floron Groot-Amsterdam site dat we een nieuwe districts-coordinator hebben: Peter Wetzels.
En dat we al moeten gaan denken aan de startavond (meestal zo rond Pasen).
Overigens nog geen Klein hoefblad gezien, terwijl ik wel goed om me heen kijk.
Wel bloeien in de tuin op mijn werk – een villa aan de Vecht – de sneeuwklokjes volop en beginnen de crocussen te komen.

Crocussen Villa Vijverhof
Paddenstoelenexcursie Amsterdamse Bos
Op zaterdag 18 oktober 2008 gingen we met zo’n 20 mensen o.l.v. Ger van Zanen op paddenstoelenexcursie in het Amsterdamse Bos. Het weer was prachtig, de bomen al mooi verkleurend naar geel en rood.
In het Amsterdamse Bos worden de omgezaagde en omgevallen bomen in het bos gelaten. Op die omliggende bomen is dus ook een keur van paddenstoelen terug te vinden.
Veel hout- en korstzwammen dus, dat begon al met de papierzwam en de roodporiehoutzwam. Voorheen heb ik in Zuidoost veel roodporiehoutzwammen gezien, maar ik wist het toch niet meteen. Deze was erg mooi, met een glimmend diepbruine kern bovenop, scherpe randjes en bij krassen rood verkleurende buisjes. Later zagen we nog de rookzwam, die niet naar rook rook, de blauwe kaaszwam in een lichtere uitvoering zodat hij vrijwel wit was en een kleine kaaszwam, die eigenlijk geen kaaszwam is, maar toch zo heet. Toch wel lastig om paddenstoelen op naam brengen. Met mede-excursisten was ik het eens dat de Nederlandse mycologen die de paddenstoelennamen verzinnen toch een beetje kleurendoof zijn. Zo zagen we niets roodbruins aan de roodbruine schijnridderzwam, die vroeger roodbruine trechterzwam heette, en de witte bultzwam en de grijze buisjeszwam kwamen we in alle kleuren van de regenboog tegen. Overigens tipte iemand ons over het elfenbankje: daar moeten altijd drie kleuren in zitten, grijs, groen en blauw.
Sommige kleuren waren prachtig, zoals die van het elfenschermpje, wat een leuk roze paddenstoeltje! En het oranje van de oranje-aderzwam was ook treffend evenals het roze van de roze knoop en het paars van de paarse knoopzwam. Zwarte dodemansvingers en houtknotszwammen, houtskoolzwammen en bruine knoopzwammen in de donkere categorie en het witte oorzwammetje in de lichtere categorie. Heel veel oorzwammetjes, later zagen we ook de glazige variant, beetje rubberachtig.
We zwierven door het bos en zwermden om Ger voor de determinatie en uitleg. Op weg naar de heuvel zagen we duizenden honingzwammen in allerlei stadia en soorten, meestal de knol-. Op de helling de kastanjeparasolzwam en een prachtige heksenkring van nevelzwammen. Als bijzondere paddenstoelen vielen vooral de kluifjeszwammen op en een paar mooie gekraagde aardsterren. Een enorme stinkzwam lag heel obsceen over een liggende boomstam. Maar ook de reuzenzwam en de kleine tengere beukentaailing. Redelijk wat myxootjes gezien, myxomyceten = slijmzwammen. En natuurlijk mycena’s: helm, bloedsteel, breedplaat en inktzwammen, met name de micaatjes (coprinus micaceus) de gewone glimmerinktzwam.
Maar de klap op de vuurpijl was toch wel de glazige buisjeszwam.
Overal, letterlijk overal zag je die, op stronken, maar ook uitlopend over bodem en planten. Door de loep is erg mooi de buisjesstructuur te zien. Fascinerend!
Voor de moeilijke gordijnzwammen, m.n. de ondersoort telamonia had Ger een aparte naam: ‘wegwerpzwam’ (te lastig determineren, dus maar gauw weg ermee). Weer eens iets anders dan kbp-tjes (kleine bruine pestpaddenstoeltjes). Maar we hebben ze wel gezien, vaalhoed (radijs), satijnzwam, franjezwam (bleke), vezelkop (witte satijn). En toen we na 82 paddenstoelen afhaakten en terugliepen naar de ingang zagen we toch nog een echte paddenstoel (vliegenzwam).
En leuke excursie, die toch aardig wat opleverde, hoewel we geen russula’s en ook geen boleten gezien hebben.
Graaf Floris V pad: etappe 2 van Uitermeer naar ‘s Graveland
Warm was het deze Pinksterzondag: meer dan 28 graden zou het worden. We vertrokken om 9.00 vanaf de parkeerplaats bij Uitermeer richting Ankeveen: via een mooi weggetje langs de plassen.

Je moet hier wel vroeg zijn, want het weggetje is smal en de belangstelling groot.
Bij Ankeveen zagen we een aardige boer die zowaar een schuilhutje voor de koeien had gebouwd: goed zo!
Een ander, beetje wonderlijk, element in het landschap was de wei met lama’s: toen ze ons zagen liepen ze met ons mee en keken naar ons …

Aan de weg van Kortenhoef naar de Kwakel was verder niet veel aan, zeker niet met die warmte. Opvallend was het gebrek aan mensen: die sliepen nog uit denken we.
De Kortenhoefse dijk had wel wat aardige elementen aan de linkerkant, maar dat werd toch een beetje ondergesneeuwd door de auto’s en de drukte. We waren blij toen we aan een heel aardig voetpad kwamen: een oud kerkepad door het trilveen, het Oppad.
Dat was echt een heel mooi paadje, met moeras… omzoomd door watertjes waar je in kunt varen, en er werd ook fors gekanood. Grappig ineens die rode kano’s tussen het groen: onze hond stond er van te kijken.
Echte koekoeksbloem, Geknikte vossenstaart en een Ereprijs (niet uitgedetermineerd) hebben we gespot.





