Paddenstoelenexcursie Amsterdamse Bos
Op zaterdag 18 oktober 2008 gingen we met zo’n 20 mensen o.l.v. Ger van Zanen op paddenstoelenexcursie in het Amsterdamse Bos. Het weer was prachtig, de bomen al mooi verkleurend naar geel en rood.
In het Amsterdamse Bos worden de omgezaagde en omgevallen bomen in het bos gelaten. Op die omliggende bomen is dus ook een keur van paddenstoelen terug te vinden.
Veel hout- en korstzwammen dus, dat begon al met de papierzwam en de roodporiehoutzwam. Voorheen heb ik in Zuidoost veel roodporiehoutzwammen gezien, maar ik wist het toch niet meteen. Deze was erg mooi, met een glimmend diepbruine kern bovenop, scherpe randjes en bij krassen rood verkleurende buisjes. Later zagen we nog de rookzwam, die niet naar rook rook, de blauwe kaaszwam in een lichtere uitvoering zodat hij vrijwel wit was en een kleine kaaszwam, die eigenlijk geen kaaszwam is, maar toch zo heet. Toch wel lastig om paddenstoelen op naam brengen. Met mede-excursisten was ik het eens dat de Nederlandse mycologen die de paddenstoelennamen verzinnen toch een beetje kleurendoof zijn. Zo zagen we niets roodbruins aan de roodbruine schijnridderzwam, die vroeger roodbruine trechterzwam heette, en de witte bultzwam en de grijze buisjeszwam kwamen we in alle kleuren van de regenboog tegen. Overigens tipte iemand ons over het elfenbankje: daar moeten altijd drie kleuren in zitten, grijs, groen en blauw.
Sommige kleuren waren prachtig, zoals die van het elfenschermpje, wat een leuk roze paddenstoeltje! En het oranje van de oranje-aderzwam was ook treffend evenals het roze van de roze knoop en het paars van de paarse knoopzwam. Zwarte dodemansvingers en houtknotszwammen, houtskoolzwammen en bruine knoopzwammen in de donkere categorie en het witte oorzwammetje in de lichtere categorie. Heel veel oorzwammetjes, later zagen we ook de glazige variant, beetje rubberachtig.
We zwierven door het bos en zwermden om Ger voor de determinatie en uitleg. Op weg naar de heuvel zagen we duizenden honingzwammen in allerlei stadia en soorten, meestal de knol-. Op de helling de kastanjeparasolzwam en een prachtige heksenkring van nevelzwammen. Als bijzondere paddenstoelen vielen vooral de kluifjeszwammen op en een paar mooie gekraagde aardsterren. Een enorme stinkzwam lag heel obsceen over een liggende boomstam. Maar ook de reuzenzwam en de kleine tengere beukentaailing. Redelijk wat myxootjes gezien, myxomyceten = slijmzwammen. En natuurlijk mycena’s: helm, bloedsteel, breedplaat en inktzwammen, met name de micaatjes (coprinus micaceus) de gewone glimmerinktzwam.
Maar de klap op de vuurpijl was toch wel de glazige buisjeszwam.
Overal, letterlijk overal zag je die, op stronken, maar ook uitlopend over bodem en planten. Door de loep is erg mooi de buisjesstructuur te zien. Fascinerend!
Voor de moeilijke gordijnzwammen, m.n. de ondersoort telamonia had Ger een aparte naam: ‘wegwerpzwam’ (te lastig determineren, dus maar gauw weg ermee). Weer eens iets anders dan kbp-tjes (kleine bruine pestpaddenstoeltjes). Maar we hebben ze wel gezien, vaalhoed (radijs), satijnzwam, franjezwam (bleke), vezelkop (witte satijn). En toen we na 82 paddenstoelen afhaakten en terugliepen naar de ingang zagen we toch nog een echte paddenstoel (vliegenzwam).
En leuke excursie, die toch aardig wat opleverde, hoewel we geen russula’s en ook geen boleten gezien hebben.
Inventarisatiedag KNNV Amsterdam
Zaterdag 15 juni meegedaan aan de inventarisatiedag van de KNNV Amsterdam. De locatie was het Vliegenbos in Amsterdam Noord, oorspronkelijk heette het IJ-bosch, maar werd vernoemd naar wethouder Vliegen. Er is een Stichting Het Vliegenbos met een eigen website.In 2006 heb ik er een Floron hok geïnventariseerd, samen met Wendy. We hebben niks bijzonders aangetroffen, beetje saaie begroeiing, ong. 150 soorten. Enige voor mij nieuwe soort was destijds het waterkruiskruid. Volgens een van de deelnemers vandaag een algemene soort in Twisk, vaak verward met het Jacobskruiskruid. Niet gezien dit jaar.
Het Vliegenbos is een iepenbos op klei, in de onderbegroeiing dus veel braam en brandnetel (en kleefkruid).
Het officiële verslag zal worden gepubliceerd op de website van de KNNV-Amsterdam.
Eigenlijk was er inderdaad weinig bijzonders te zien: enige hoogtepunten dan wel aandachtspunten:
- kluwenzuring,massaal een beetje een vergeten soort, let op vruchtkleppen
- weer de fout in met muur/hoornbloem, de muur is altijd tot op de bodem met gespleten kroonbladeren
- makkelijke herkenning van zowel ruw als veldbeemdgras. Dat we het in ons hok nog niet gescoord hebben ligt dus niet aan mijn onderscheidingsvermogen.
- leuke soort: vulpia myuros, gewoon langbaardgras, onmiskenbaar
- glaskruid, veel op Nieuwendammerdijk met bloempjes in de knop en opener. Onderscheid tussen klein en groot is de stengel (hol of gevuld). Het voelde hol, maar doorsnede met mes bewees dat t toch gevuld was!
- kransmuur, hele tapijten.
- op kademuur: muurleeuwenbek, muurvaren en smalle stekelvaren
- slaapbol: stengelomvattend en kaal blad
- dicht havikskruid: ovaal blad, niet zo’n volle scherm bloemen
- platte rus, uiteindelijk niet gezien, bleek toch een zomprus met schotjes in blad en onder bloeiwijze, maar komt wel veel voor
- roze winterpostelein, slaapbol, bosdandoorn
Voorheen zat ik erg in over het onderscheid tussen rietgras en liesgras. Ik wist het niet meer, en zal al die rietachtige grassen met driehoekige bloeiwijze argwanend aan, allemaal rietgras dus Een deelneemster zei: “ liesgras is veel ijler, daar kijk je recht door heen”. Ik wist t even niet meer, maar toen ik vanochtend (zondag 15 juni) in wandelgebied bij de Ouderkerkerplas liep en de liesgrassen zag, dacht ik hoe kan ik daar ooit aan getwijfeld hebben. Het verschil is overduidelijk: liesgrassen hebben een opgaande pluim, die in uiteindelijk overhangend wordt en veel ijler en soepeler dan rietgras.
*
We zagen een ijsvogel – moeilijk te zien met de bruine buik vooruit, maar uiteindelijk vloog hij weg als een echte blauwe flits. En een groenling die een jong voerde. Een buurtbewoner vertelde dat een havik in de buurt drie jongen heeft gekregen, niet gezien,
*
Twee hele mooie zweefvliegen gezien, een met een oranje gestreept achterlijf en een met een wat saaier gestreept geelzwart lijf. De Latijnse naam ben ik spontaan weer vergeten. Op een kruldistel waren een fors aantal hommels bezig: aard- , tuin- en boom-.
Op de zuring zat een overdaad aan zuring-goudhaantjes: groene metallic kleurige kevertjes. Op een er van zat een goudkleurig mannetje.Kijk voor mooie foto’s daavan in het natuurfotoalbum. Veel lieveheersbeestjes, gewone maar ook de Aziatische in volwassen en in larve vorm.
*
Interessant was de aanwezigheid van een mineerder-deskundige, die uitgebreid uitlegde hoe het zat met gallen. en mineerders. Leuk om te horen dat ze op het spoor zijn om een k natuurlijke vijand van t kleefkruid te vinden.
*
Aan paddenstoelen is me alleen de ‘grasverstikker’ bijgebleven: een schimmel in opkomst die het heeft voorzien op de grassen.
Al met al een mooie en leuke dag! Het is toch altijd leerzaam om samen met andere te determineren.
Graaf Floris V pad: etappe 1 van Muiden naar Uitermeer
We waren eind 90er jaren al bezig aan het Graaf Floris V pad, LAW 1-3 (lange afstandswandeling) en daar is om een aantal goede (maar niet zo leuke) redenen de klad in gekomen. Met frisse moed hebben we dat nu weer eens opgepakt: met een eerste etappe van 13 kilometer. Dit zijn de foto’s die we gemaakt hebben.
Een heerlijke dag, mooi weer en een overzienbare afstand door een mooi gebied met polders en een oude zeedijk.
Nog minstens 30 andere mensen waren ook op het idee gekomen: we hebben tenminste tot aan 30 onze tegenliggers (antipoden) geteld, daarna zijn we maar gestopt met tellen, druk is het!
Het pad start in Muiden, bij de sluizen en het Graaf Floris V eethuis, gaat langs de Beer (muur als waterkering) naar het Muiderslot, vandaar over de wal langs de kazematten, en terug langs de slotgracht en over de oude zeedijk.
Aan het eind van de vestingwal staat een bord met een fietsroute.
Dat verhaalt ook wat er allemaal niet voor de natuur wordt gedaan zoals Ontsnipperingsmaatregelen: tunnels met stobbewallen door RWS aangelegd zodat ze aantrekkelijk zijn voor dieren om over te steken.
Het wandelpad langs het IJmeer is erg mooi: links het water met de zeilboten en de essen in kop, rechts de een stuk lager liggende polder. Veel Grote vossenstaart al in bloei. In een van de weilanden staan vlaggen en vaandels: bedoeld om de ganzen weg te houden. Op het wandelpad zelf zien we inderdaad veel ganzenpoep liggen en in de slotgracht van het Muiderslot zwemmen hele families grauwe ganzen.
Het Muiderslot is van alle kanten goed te zien, ook van verre.
Langs de zeedijk zijn leuke strandjes met glashelder water.
En weer zien we moeras- of oeverzegge: wat was nu ook al weer het verschil. Het zat ergens in de aantallen aartjes, maar daar gaan we – later – nog eens goed voor zitten.
We zien ineens veel Veldbies in bloei, het miechelt van de koolwitjes, erg wit zonder zwarte vlekjes, en stikt al van de muggen of vliegen (misschien wel de Maartse vlieg: ze waren zwart).
Bij het witte huis mogen geen honden, dus daar gaan we even van het dijkje af en er later weer op. Er is heel attent al gemaaid, zodat je er gemakkelijk weer omhoog klimt.
Behalve de natuur (uiteraard) vallen deze wandeling ook de vele resten verdedigingswerken op: muren, kazematten, bunkers, blokken beton, van alles.
Muiderberg
In Muiderberg lopen we dwars door het Brink park. Er staat een Wilhelminaboom (voor een honderdjarige boom ziet hij er levendig en vitaal uit), een muziekkoepel en een parkietenkooi. Ook kunst: bij het beeldje in park lezen we
- Vooraan: respecteer elkaar in vrijheid

- Links: zonder vrede is er geen toekomst
- Rechts: wat is geweld zinloos
We lopen het park uit aan de andere kant bij Hotel het Rechthuis.
Voor het hotel staat een model van een stoomtreintje: vroeger was dit het eindpunt van een aftakking van de Gooise stoomtram die daar eed tot 1939 en waar de rijke lieden uit Amsterdam uitstapten om zich aan het water te gaan verpozen.
Even verderop een Beatrixboom (voor een 20 jarige boom ziet hij er gammel en uitgewoond uit).
Keverdijkse polder
Bij het Naardermeer is de route wat verlegd over een ‘natuurpad’ – verboden voor honden, dus we volgen de oude route over de weg. Waanzinnig wat een verkeer nog op zo’n klein weggetje: wat doen al die mensen in die auto’s op zo’n weg?
We zien een mooie molen genaamd Onrust: hij draait en maakt ook veel lawaai: daar is zijn naam ook van afkomstig


In slootjes bladeren van Pijlkruid en Torkruid
Het Fort bij Uitermeer is een voormalig Nederlands fort uit de Stelling van Amsterdam en uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie. en had als doel het beschermen van de landdoorgang tussen Naardermeer en Vecht. Bovendien kon het de buurforten met zijn geschut (nu ligt er een erg roestig kanon) helpen. Het beschermde de sluis waarmee het land onder water gezet kon worden. Uiteraard Uitermeer heeft een nieuw plan voor het Fort, met aandacht voor de eco-toerist. Het ziet er nu eigenlijk al heel aantrekkelijk uit.
Dit is het voorstel, dit het uiterlijk:

Het gebied langs Vecht is de Goudkust van Nederland vanwege prachtige buitenhuizen, maar de rest van de Vecht bewaren we voor de volgende keer.
Krimpenerwaard
Afgelopen weekend zijn we een beetje buiten ons terrein gegaan: naar een deel van het groene hart: de Krimpenerwaard.
Dat kende ik eigenlijk niet zo erg: het is onverwacht een erg mooi gebied met veel brede sloten vol eendenkroos, smalle weggetjes, kleine bosjes en weilanden.
Prachtige vergezichten. Je kunt er wel leuk fietsen, maar omdat er toch nogal wat auto verkeer is, en de wegen smal zijn, kun je wel merken dat het toch de randstad is.
Aan de bermversteviging wordt wel flink gewerkt: we hebben geleerd over perkoenpalen en de manier om met lavastenen een soort ‘ plasdras’ stukje berm te creeren dat toch niet slap wordt, en er natuurlijk uitziet.
We kampeerden bij de boer in de buurt van Berkenwoude. Over zijn weilanden konden we naar ‘achter’ lopen naar een paddenpoel, richting wetering. Het viel ons op dat er zoveel Pijptorkruid bloeide: dat heb ikzelf nog nooit in zo grote hoeveelheid gezien. Egelboterbloemen, egelskoppen, krabbescheer en zwanenbloemen hebben we gezien.
We hebben een bezoek gebracht aan de Eendenkooi Bakkerswaal: daar kregen we een rondleiding die een beetje snel werd afgebroken door het hevige onweer.
Zondag hebben we de een wandeling langs de ‘ Berkenwoudse driehoek’ gelopen: de Plagroute. Heel erg veel biezenknoppen daar, maar toch ook een paar pollen met blauwe zegge!. Poelruit, hazenzegge, hoge cyperzegge(!) en drienervige zegge hebben we gezien. We hebben gespeurd naarde zonnedauw, maar die zagen we nergens. Waarschijnlijk is het er ook nog wel wat te rijk voor.
Er is een heel actieve vogelwerkgroep, die een heel aardig blad uitbrengt: Waardvogel
Dymphie
Grassenexcursie
Zondag 3 juni hebben we een excusie van de Grassenwerkgroep van de KNNV in het gebied van de Blaricummermeent en het Voorland Stichtse Brug gehad.
Een mooi gebied met werkelijk een ongelooflijke hoeveelheid orchideeën. Uiteraard hadden we speciale interesse in allerlei soorten grassen, maar daarnaast vonden we parnassia, duizendguldenkruid, en andere leuke planten. In dit gebied is spontaan zonnedauw op gekomen: meestal krijg je dat alleen als je in heide gebieden gaat plaggen.
Ongelooflijk dat ze dit gebiedje willen offeren aan weer een jachthaven
. Jachthavens hebben we dit in dit land genoeg, maar maar weinig van dit soort kwetsbare kwaliteitsnatuurgebiedjes.
Het beheer laat nu al wat afweten: dus je kunt nu al zien wat er gaat gebeuren als dit niet onderhouden wordt: op opslag van berken neemt enorm toe.Maar het plekje van de ‘melige toorts’ wordt nog goed onderhouden.
Eindelijk liep het determineren van grassen en zeggen wat vlotter. Het lijkt wel of we beter gaan zien: 2 of 3 stempels, en een of meer bloemige aren. Met name de festuca’s hebben we nu onder de knie: onderste aartak heeft grotere ruimte tot de volgende erboven, en de ‘rubra’ heeft een rechtste onderste aartak die de helft is van de linker (of omgekeerd, maar dat doet er niet toe).
M.
Amsterdamse Waterleidingduinen
Gisteren op excursie geweest naar de Amsterdamse Waterleidingduinen. Een Floronexcursie o.l.v. de districtscoördinator van het duindistrict. We hebben met ong. 10 mensen een stukje van een hok geïnventariseerd, dat nu begraasd wordt door koeien en schapen. De begrazing is tijdelijk ingezet (nu 3 jaar) om de ruigtes te bestrijden en het gebied weer wat opener te maken. Het verschil met een onbegraasd stuk is echt opvallen, dat is door duinriet/duindoorn zo dicht begroeid dat het praktisch onbegaanbaar is. Kleinere soorten hebben dan helemaal geen kans. In de AWD is de vogelkers een plaag.
We hebben in 3 uur zo’n 80 tot 90 soorten gevonden. Ongeveer de helft van de in totaal 250 soorten die er aan het eind van het jaar zullen zijn, volgens onze excursieleider. Maar niet alles is nu al te herkennen, zei hij ook nog. Terwijl ik al stomverbaasd sta toe te kijken als iemand bij het zien van twee blaadjes meteen zegt: ‘ helmkruid’ of nog mooier ‘ geum (nagelkruid)’ . Ik denk dat we beide soorten ook in ons hok zullen vinden, maar ik heb daar toch wel de bloem bij nodig.
Leuke soortjes gezien zoals het ruwe vergeet-me-nietje, heel veel smalle stekelvaren en veel geleed over de viooltjes. Vooral het veelvoorkomende bosviooltje dat altijd een of twee lange witte haren op het blad heeft.
Hoogtepunt van de dag waren de zegges: zand-, tweerijige, voorjaars-, zeegroene en drienerf-. Dat hoofdstuk moet ik nog eens goed doornemen. Heel bijzonder is de voorjaarszegge: carex caryophyllea. Let op het oude gekrulde blad.
Marianne
Leuk!. Als je veel smalle stekelvaren gezien hebt, kunnen we ook zekerder zijn over ons exemplaar in hok 126-480 ![]()

