Oever- of Moeraszegge
Is het een oeverzegge (carex riparia) of een moeraszegge (carex acutiformis). Ze lijken erg op elkaar, komen ongeveer in dezelfde biotoop voor: aan water. En hoewel de moeraszegge iets meer een voorkeur heeft voor een voedselarme omgeving komen ze ook wel samen voor. Zoals het Engelse boekje “ Sedges of the British Isles” zegt: “ the species (acutiformis) if robust may be confused with depauperate C. riparia”. En bovendien ‘doen’ ze het ook samen en komen er hybriden voor.
Toch zijn er wel degelijk duidelijke verschillen:
|
|
oeverzegge (riparia) |
moeraszegge (acutiformis) |
|
mannelijke aren |
tot 5 |
tot 3 |
|
vrouwelijke aren |
tot 12 mm breed |
tot 8 mm breed |
|
blad |
tot 2 cm breed |
tot 1 cm breed, overhangend |
|
bladschede |
met dwarsnerven |
zonder dwarsnerven, rafelig |
|
blad |
glanzend blauw/olijfgroen |
dof grijsbruin tot groen |
|
bladpunt |
driekantig |
vlak |
|
tongetje |
stomp |
scherp |
Een jonge – nog rechtopstaande – hoge cyperzegge (pseudocyperus) zou je er ook mee kunnen verwarren zij het dat die maar een mannelijke aar heeft.
Op de afbeelding een oeverzegge.

N.B. we hadden ook ergens gelezen dat de bladlengte van de oeverzegge hoger is dan de bloeiwijze-stengel, maar in de boeken kan ik dat niet meer terugvinden. Maar in de praktijk blijkt het meestal wel zo te zijn dat als het losse blad niet duidelijk boven de stengel met de bloeiwijze uitsteekt er sprake is van moeraszegge.
Aldus aangevuld 25 mei 2008.
Deze site: http://www.angelfire.com/ns2/natuur/grassen/rodelyst.html beschrijft ze alletwee als rode lijst: maar in onze buurt komen ze veel voor.
Bij Eggelte worden ze alletwee aangeduid met nummer 8 (=algemeen). Heukels geeft voor Moeraszegge: Alg. in P.,Z,F en L elders vrij zeld.
En voor Oeverzegge: Alg in H, vrij alg in F, elders vrij zeld.
Angelfire woont waarschijnlijk dus ‘elders’