Inventarisatie 24 mei 2008
Warm is het vandaag, lekker zonnig met een klein briesje. We hebben bedacht langs het ‘paardenpad’ te gaan, maar dat levert niet veel meer op dan muggen. Bij het watertje aan het einde komen we wel e.e.a. aan leuke dingen tegen. Helemaal gecharmeerd zijn we van de Hoge Cyperzegge (Carex pseudocyperus) die tussen het riet staat (zie hiernaast): wat een mooie plant!
Een verschil met Hangende zegge dat meteen in het oog valt is het feit dat de vrouwelijke aren van de hoge Cyperzegge lang gesteeld zijn.
Moeizaam beginnen we met grassen determineren: dat valt toch alweer niet mee en de eerste is al meteen prijs. Het kost ons nog een hele tijd om de determinatieroute van de Bochtige smele goed af te lopen. Uiteindelijk zien we hem overal staan, en valt inderdaad meteen het bochtige bloemsteelstukje op.
Opslag van Esdoorn: de Gewone onderscheidt zich van de Noorse door de vorm van het blad. De Noorse heeft meer gepunte bladeren, de Gewone een duidelijkere handvorm.
Het verschil tussen Lidrus en Heermoes zit hem in de lengte van het eerste lid van de takken. Is die groter dan de lengte van de stengelschede dan is het Heermoes, is die half zo lang dan Lidrus. Daarnaast heeft Lidrus donkere takomhulsels, terwijl die bij Heermoes wat meer groenig is. Bovendien zit de aar bij de Lidrus eindelings aan de stengel, en komt bij Heermoes laat vroeg in het voorjaar een aparte vruchtstengel de grond uit.
Eigenlijk ziet Heermoes er wat woester uit, en is Lidrus wat ieler, maar dat staat niet zo in de boeken.

resp lidrus en heermoes, en heermoes in bloei
Hoog struisgras en Gewoon struisgras: een Agrostis, dus eenbloemig, en een verschil in lengte van de stengel van de aartjes, afwisselend lang kort. Dan kijk je naar de vorm: is deze driehoekig (en groot) dan is het Hoog struisgras en is-ie eivormig (kegel) dan gaat om Gewoon struisgras. En het tongetje natuurlijk, Hoog struisgras heeft ook een giga tongetje tot wel 6 mm. Overigens zijn deze twee beide zodenvormers met wortelstokken. Wanneer het gaat over polvormers zonder wortelstok kom je -wb de struisgrassen – bij fiorin- of moerasstruisgras.
Duizendknoop: we weten dat dit Japanse is door de onderste rand van het blad: als die nl. vlak is, is het de Japanse, want de Sachalinse heeft een hartvormige voet.
Japanse duizendknoop
Borstelgras: D twijfelt even, maar we zien onmiskenbaar een polletje stijf rechtopstaand met de aartjes naar een kant en met ingerolde bladeren.
Die ingerolde bladeren zagen we ook bij het Hard zwenkgras. Daar hebben we hard op zitten determineren. Telkens kwamen we uit bij Schapengras en dan dachten we, nee dat is niet goed. Lijkt meer een Dravik, maar door die naalden en dan die ingerolde bladeren kwamen we toch weer terug bij Zwenkgras. Een festuca dus, zonder oortjes waarvan de bladschede open is.
Dit is grappig: de Echte koekoeksbloem die we zien, staat ergens waar we hem vorig jaar niet gezien
hebben. Dit is een soort uitzaaiing van de bermzaai van vorig jaar (en daar was die toch immers ook voor bedoeld). De echte koekoeksbloemen die daar uitgezaaid staan, die tellen we niet
.
Verschil tussen Moerasrolklaver en Gewone rolklaver is de holle stengel van de Moeras.
We zien een witte walstro, en met een blik op het ontbreken van het stekelpuntje aan het blad kunnen we vertellen dat het een Moeraswalstro is. De habitat klopt verder ook precies.

Op het taludje richting Reigersbos bloeiden jarenlang veel Gele morgensterren: groenvoorziening is er in hun maaibeleid geheel in geslaagd om die uit te roeien
. We vinden er nu nog maar een enkele, en niet meer op de talud, maar in het veld.
De vangst van vandaag:
- Abeel, grauwe
- Berk, zachte
- Biggenkruid, gewoon (Begint net open te gaan.)
- Borstelgras (rode lijst soort)
- Buntgras
- Bijvoet
- Distel, krul
- Dravik, ijle
- Duindoorn
- Duizendknoop, japanse
- Esdoorn, gewone
- Hazelaar (enorme bladeren)
- Hopklaver (spits puntje aan het blad)
- Kamille, schijf
- Klaver, rode
- Koekoeksbloem, dag
- Koekoeksbloem, echte Abundantie 1
- Kompassla
- Kruipertje
- Lidrus
- Lidsteng Abindantie 4
- Margioet, gewone. oook ooit uitgezaaid, maar handhaaft zich goed
- Moerasspirea Abundantie 2
- Morgenster, gele
- Munt, Water
- Nagelkruid, Geel
- Rietgras (Het ziet er uit als riet, maar het bloeit veel vroeger)
- Rolklaver, moeras
- Rus, zeegroene
- Rus, zomp
- Smele, bochtige
- Struisgras, gewoon
- Struisgras, hoog
- Veldbies, gewone
- Vergeet-me-nietje, ruw
- Walstro, moeras
- Waterbies, gewone
- Waterbies, slanke
- Waterkers, gele
- Waterkers, witte 12 sruks
- Waterlelie, witte 10 stuks Abundantie
- Wikke, voeder
- Wilg, schiet
- Wilgenroosje, harig
- Wolfspoot
- Zegge, hoge cyper
- Zegge, oever
- Zegge, ruige
- Zegge, snavel
- Zegge, valse vos
- Zwenkgras, hard
Hiermee komt de teller op ruim 120: ze zijn toegevoegd aan de complete lijst, zie de link bovenaan.
Gewone en Slanke Waterbies
In ons hok hebben wij twee soorten waterbiesjes gevonden: de gewone (Eleocharis palustris) en de slanke (Eleocharis uniglumis).
![]()
Ze lijken erg op elkaar, maar bij de gewone waterbies omvat het onderste kafje niet meer dan de helft van de stengel, terwijl dat bij de slanke waterbies helemaal of bijna helemaal is.
Een snel veldkernmerk: als je het aartje eraf trekt en je houdt twee kelkkafjes over, dan is het de gewone, is het er maar een, die meer dan de helft omvat, dan is het de slanke. (Overigens is de slanke buiten ons district nogal zeldzaam, dus doe dit met mate
.
Bij de soortenbank is er een aardig plaatje van de slanke:
Oever- of Moeraszegge
Is het een oeverzegge (carex riparia) of een moeraszegge (carex acutiformis). Ze lijken erg op elkaar, komen ongeveer in dezelfde biotoop voor: aan water. En hoewel de moeraszegge iets meer een voorkeur heeft voor een voedselarme omgeving komen ze ook wel samen voor. Zoals het Engelse boekje “ Sedges of the British Isles” zegt: “ the species (acutiformis) if robust may be confused with depauperate C. riparia”. En bovendien ‘doen’ ze het ook samen en komen er hybriden voor.
Toch zijn er wel degelijk duidelijke verschillen:
|
|
oeverzegge (riparia) |
moeraszegge (acutiformis) |
|
mannelijke aren |
tot 5 |
tot 3 |
|
vrouwelijke aren |
tot 12 mm breed |
tot 8 mm breed |
|
blad |
tot 2 cm breed |
tot 1 cm breed, overhangend |
|
bladschede |
met dwarsnerven |
zonder dwarsnerven, rafelig |
|
blad |
glanzend blauw/olijfgroen |
dof grijsbruin tot groen |
|
bladpunt |
driekantig |
vlak |
|
tongetje |
stomp |
scherp |
Een jonge – nog rechtopstaande – hoge cyperzegge (pseudocyperus) zou je er ook mee kunnen verwarren zij het dat die maar een mannelijke aar heeft.
Op de afbeelding een oeverzegge.

N.B. we hadden ook ergens gelezen dat de bladlengte van de oeverzegge hoger is dan de bloeiwijze-stengel, maar in de boeken kan ik dat niet meer terugvinden. Maar in de praktijk blijkt het meestal wel zo te zijn dat als het losse blad niet duidelijk boven de stengel met de bloeiwijze uitsteekt er sprake is van moeraszegge.
Aldus aangevuld 25 mei 2008.
Kleine ereprijsjes
We hebben een klein ereprijsje gevonden, maar welke? Het is een leuk plantje, maar het is nog knap lastig uit te maken welke: het is niet trosvormig, dus sluiten we ereprijzen met aren al meteen uit.
Maar welke is het dan wel?
Het is
- heel klein: dus geen grote ereprijs: die heeft grote kroon, lange bloemsteel en ronde bladeren
- staand: dus overduidelijk geen draadereprijs (veronica filiformis) want die is liggend
- zeer behaard: dus is het geen tijmereprijs (veronica serpyllifolia), want die heeft kale bladeren
- voorzien van ongedeelde bladeren in het midden: dus geen voorjaarsereprijs (ook wel kleine ereprijs genoemd) (veronica verna) want die heeft wel gedeelde bladeren, en is bovendien heel zeldzaam. Maar verder lijk hij er wel heel erg op
- is het schutblad langer dan bloemsteel? Tja, dat is lastig te zien omdat alles zo klein is
Daaruit concluderen we dat het toch een heel gewone veldereprijs (veronica arvensis) is vanwege uitsluiting bovenstaande bloemen en:
- sterke beharing
- veel klierharen
- hele kleine bloempjes
- veel zijtakken
Graaf Floris V pad: etappe 2 van Uitermeer naar ’s Graveland
Warm was het deze Pinksterzondag: meer dan 28 graden zou het worden. We vertrokken om 9.00 vanaf de parkeerplaats bij Uitermeer richting Ankeveen: via een mooi weggetje langs de plassen.

Je moet hier wel vroeg zijn, want het weggetje is smal en de belangstelling groot.
Bij Ankeveen zagen we een aardige boer die zowaar een schuilhutje voor de koeien had gebouwd: goed zo!
Een ander, beetje wonderlijk, element in het landschap was de wei met lama’s: toen ze ons zagen liepen ze met ons mee en keken naar ons …

Aan de weg van Kortenhoef naar de Kwakel was verder niet veel aan, zeker niet met die warmte. Opvallend was het gebrek aan mensen: die sliepen nog uit denken we.
De Kortenhoefse dijk had wel wat aardige elementen aan de linkerkant, maar dat werd toch een beetje ondergesneeuwd door de auto’s en de drukte. We waren blij toen we aan een heel aardig voetpad kwamen: een oud kerkepad door het trilveen, het Oppad.
Dat was echt een heel mooi paadje, met moeras… omzoomd door watertjes waar je in kunt varen, en er werd ook fors gekanood. Grappig ineens die rode kano’s tussen het groen: onze hond stond er van te kijken.
Echte koekoeksbloem, Geknikte vossenstaart en een Ereprijs (niet uitgedetermineerd) hebben we gespot.

Grote muur, Grasmuur en Akkerhoornbloem
Tijdens onze wandeling langs het Floris V pad zagen we Akkerhoornbloem: een plant met gespleten kroonbladeren en grijsgroene, nogal behaarde bladeren. Voorkomen:
Op vrij open of grazige, droge, al of niet kalkrijke zandgrond, vooral op rivierduinen, in de duinen en aan bermen; niet op akkers. Algemeen; plaatselijk vrij algemeen in het Haf- en Drents district en in Flevoland.

Afgelopen weekend waren we in Oost Brabant en daar zagen we een plant die erop leek, maar veel langere en smallere bladeren had en niet zo behaard was: een muur, maar welke?
Is het de Grote muur (Stellaria holostea) of de Grasmuur (Stellaria graminea)?
Die twee lijken erg op elkaar, maar het onderscheid zit hem met name in de mate waarin de kroonbladeren gespleten zijn: de Grote muur tot op de helft, Grasmuur tot over de helft. Bovendien: als je naar het voorkomen kijkt: we waren bij Mill, en liepen door de landerijen bij de oude Motteburcht Tongelaar. En wat is het voorkomen van Grote muur:
In Nederland groeit ze voornamelijk op de zandgronden, Zuid-Limburg en langs de Maas en de Rijn met haar zijtakken.
Overduidelijk Grote muur dus.
![]()
Respectievelijk: Grote muur en Grasmuur.
