Inventarisatie 3 en 4 september 2006
Veel regen in augustus: daarom is er ook van inventariseren niet veel gekomen. Gisteren en vandaag was de laatste kans voor ons om nog eens door het hok te lopen en te kijken.
Gisteren op de fiets een rondje langs de grenzen van het hok.
Het valt op dat het hele Bijlmerpark vol brandnetels en hondsdraf staat: meer dan een illusie van een park zal er inderdaad niet overblijven, als de stadsarchitecten er mee door gaan!
Bij de K buurt vonden we nog een leuk setje: Hanepoot, Kleine majer en Harig vingergras . Die horen ook een beetje bij elkaar, lazen we in de ‘Ecologische flora van Nederland’ , dus dat we ze samen vonden klopt. Aanvankelijk dachten we dat het Handjesgras was, die lijkt er wel op, maar daarvan ontspruiten de aartjes meer op een punt. Bij Vingergras staan ze ongeveer twee aan twee iets boven elkaar. En omdat er flinke haren op de bladeren zaten, besloten we dat het om Harig vingergras ging.
Dat het om een Majer gaat, en geen Papegaaikruid, weet je als de stengels liggend zijn, en dat het de Kleine is, omdat het blad wat ingeschulpt is. Vooral het Harige vingergras vonden we erg leuk: blijkbaar komt dat op: voorheen hebben we het in deze buurt niet eerder gezien. Heeft misschien met de warmte te maken.
Gewoon langs een lantaarnpaal in een pasgemaaide berm vonden we wat ‘Wit-gele droogbloem’ , en verder veel algemeens als Perzikkruid, Waterpeper, Zwarte nachtschade, Harig knopkruid en zo. Tot onze verbazing geen Wolfspoot, en voor de Canadese guldenroede (behaard tot halverwege de bloei: dus geen Late guldenroede) hebben we veel moeite moeten doen.
Vandaag zijn we op zoek gegaan in het zanderige droge deel waar we vaker ‘ kaarsen’ en zo hebben gezien: maar dit jaar konden we er geen vinden: dus geen Koningskaars of Stalkaars. Wat we wel vonden was een enkel plantje Fijne ooievaarsbek: lijkt op de Slipbladige ooievaarsbek, maar de bladeren zijn iets anders en de vrucht is kaal. Van de Viltkruidjes waren enkel nog de droge stengeltjes over.
Waarschijnlijk hebben we ook een Ruige leeuwentand gevonden: die leggen we nog even aan Norbert voor.
Middenop het trottoir bloeide zomaar een fors gras: ‘Pluimgierst’.
Mijn favoriet zijn altijd weer de klokjes: de Grasklokjes zie je hier niet zoveel als in Drenthe bijvoorbeeld, maar we hebben wel Ruige klokjes gevonden. Niet zo fijn, maar ERG mooi.
Al met al zitten we aan het einde van onze inventarisatie op 224 soorten: we zijn er niet helemaal tevreden over, omdat we sommige algemene soorten niet hebben gevonden. En van de waterpartijenhadden we ook meer verwacht: maar het is niet anders.