De veldflora voor vegetatieve kenmerken sleutelt de smalle stekelvaren als volgt uit:
” Deelblaadjes van de eerste orde meestal minde dan 20 aan iedere kant, naar bladvoet toe niet geleidelijk kleiner wordend, in omtrek driehoekig (tot langwerpig). Bladsteel lang, meer dan 1/3 van de lengte van de bladschijf. Rand van bladsegmenten getand of gezaagd, altijd met korte stekelpuntjes”.
Als die bladen er dus niet aan voldoen kom je in de ‘ boom’ waaronder de wijfjes- en mannetjesvaren vallen.

Smalle stekelvaren
Amsterdamse Waterleidingduinen
Gisteren op excursie geweest naar de Amsterdamse Waterleidingduinen. Een Floronexcursie o.l.v. de districtscoördinator van het duindistrict. We hebben met ong. 10 mensen een stukje van een hok geïnventariseerd, dat nu begraasd wordt door koeien en schapen. De begrazing is tijdelijk ingezet (nu 3 jaar) om de ruigtes te bestrijden en het gebied weer wat opener te maken. Het verschil met een onbegraasd stuk is echt opvallen, dat is door duinriet/duindoorn zo dicht begroeid dat het praktisch onbegaanbaar is. Kleinere soorten hebben dan helemaal geen kans. In de AWD is de vogelkers een plaag.
We hebben in 3 uur zo’n 80 tot 90 soorten gevonden. Ongeveer de helft van de in totaal 250 soorten die er aan het eind van het jaar zullen zijn, volgens onze excursieleider. Maar niet alles is nu al te herkennen, zei hij ook nog. Terwijl ik al stomverbaasd sta toe te kijken als iemand bij het zien van twee blaadjes meteen zegt: ‘ helmkruid’ of nog mooier ‘ geum (nagelkruid)’ . Ik denk dat we beide soorten ook in ons hok zullen vinden, maar ik heb daar toch wel de bloem bij nodig.
Leuke soortjes gezien zoals het ruwe vergeet-me-nietje, heel veel smalle stekelvaren en veel geleed over de viooltjes. Vooral het veelvoorkomende bosviooltje dat altijd een of twee lange witte haren op het blad heeft.
Hoogtepunt van de dag waren de zegges: zand-, tweerijige, voorjaars-, zeegroene en drienerf-. Dat hoofdstuk moet ik nog eens goed doornemen. Heel bijzonder is de voorjaarszegge: carex caryophyllea. Let op het oude gekrulde blad.
Marianne
Leuk!. Als je veel smalle stekelvaren gezien hebt, kunnen we ook zekerder zijn over ons exemplaar in hok 126-480 ![]()

Framboos
Hoe zijn we bij die framboos gekomen?
Heel eenvoudig: hij leek op die als onkruid in mijn tuin groeien. Niet erg wetenschappelijk dus.
Op herhaling nog eens nakijken. Op de site van de wilde-planten heb ik de verschillen (in blad, als er eenmaal vrucht zit is alles meteen duidelijk) nagekeken. Ik citeer: “
Braam:
Stengels: De 2-jarige, lange stengels kunnen boogvormig zijn, ze kunnen kruipen of vrij rechtop staan. Ze zijn kantig en stekelig. Als de top de grond raakt kunnen ze wortelschieten. De stengels vormen dichte warrige massa’s.
Bladeren: De rondachtige tot elliptische bladeren zijn 3-tallig of handvormig samengesteld. Verder heben ze stekels en zijn ze gezaagd. De steunblaadjes zijn lijnvormig tot langwerpig.
Framboos:
Stengels: De 2-jarige stengels staan rechtop. Ze zijn berijpt en zwak gestekeld.
Bladeren: De bladeren zijn 3 tot 7-tallig geveerd. Van onderen zijn ze witviltig. Ze hebben zittende zijblaadjes en priemvormige steunblaadjes.
De planten die we zagen hadden duidelijk een witviltige onderkant. Framboos dus
Geplaatst door: Dymphie | 13 mei 2006 om 18:08